 |
Op 23 februari 1935, nog geen week voor zijn vijfenveertigste verjaardag,
overlijdt ir. J. Duiker te Amsterdam. In een beknopte necrologie schrijft
de redactie van 'De 8 en Opbouw': 'Een ieder die het voorrecht heeft
gehad met Duiker samen te werkenof met hem meer dan oppervlakkig in
contact te komen, zal zijn gehele verdere leven een herinnering bewaren
aan de open, eerlijke blik, zijn behoefte om op een open, eenvoudige
wijze het wezen der dingen te benaderen die steeds verhelderend werkte.
Alles aan hem was 'menselijk' in de beste zin van het woord, terwijl
elke pose hem vreemd was. Nimmer ging eigen belang bij hem vóór en
een zuiver geweten stelde hij boven goedkoop succes! Toen het Gemeentebestuur
van Amsterdam hem uitnodigde voor het lidmaatschap van de schoonheidscommissie,
bedankte Duiker. Een dergelijk erebaantje, waarnaar zoveel vakbroeder
naar zaten en nog steeds zitten te smachten, kon hij niet verenigen
met zijn eigen, zuivere opvattingen.'
Het is vooral te danken aan de inspanningen van Jelle Jelles, J.P. Kloos,
C. Alberts, Jan Molema, Wessel de Jonge, Hubert Jan Henket, Herman
Hertzberger en Wiek Röling dat de aandacht voor deze architect en zijn
integer werk bestaat en groeit. |
|